
|
Vliegen kost veel geld. Uitvinders moesten vaak eigen geld gebruiken of geld lenen om hun projecten uit te brengen. Rond 1910 ging het verzamelen van geld redelijk makkelijk aangezien de oorlog bezig was en de regering graag geld investeerde in luchtvaartontwikkeling.
Regeringen wisten dat vliegtuigen een cruciaal rol konden spelen gedurende de oorlog. In eerste instantie werden vliegtuigen gebruikt voor te patrouilleren en de positie van de vijand door te geven. Door de vele vluchten en missies konden de vliegtuigen steeds verder vliegen tegelijkertijd uitgetest worden
Er werden races gehouden om wie het snelst of langst kon vliegen. In die tijd kwamen vliegtuigongelukken vaak voor vanwege haperende (prototype)motoren. Hoe verder de vliegtuigen werden ontwikkeld hoe meer men de mogelijkheden van gebruik inzag. Naast de functie van spionage kon men ook groot aantallen mensen vervoeren. Maar daarvoor diende de vliegtuig toch de nodige aanpassingen te ondergaan. Nederland heeft een duidelijk rol gespeeld in de ontwikkeling van de burgerluchtvaart.
Albert Plesman heeft de eerste luchtvaartmaatschappij wereldwijd opgericht onder de naam van KLM. De vliegtuigen van Plesman kwamen af van onder anderen Athony Fokker. De eerste KLM vliegtuig was een Fokker 92. In 1927 werd de eerste passagiersvlucht gemaakt tussen Amsterdam en Batavia (Indonesië). Dit werd gedaan met een Fokker F12. Nederland won in 1934 de race naar Melbourne, Australië met Uiver.
|
|
|
|
|
|